In 401 v.Chr. trok de Griekse generaal Xenophon met een leger langs de Zwarte Zee. Zijn manschappen vonden wilde honingraten, aten deze op en brachten een zeer verwarrende nacht op de grond door — duizelig, niet in staat om te staan — voordat zij zich tegen de ochtend weer herstelden. Hij legde dit vast. Eeuwen later beschreef Plinius de Oudere dezelfde honing en noemde deze Mad Honey“.
Het bestaat alleen maar vanwege de geografische ligging. In een smalle strook van de Himalaya bloeit wilde rododendron op hoge, koude hellingen, en één reusachtige, klifbewonende honingbij verzamelt daar nectar. Nergens anders op aarde komt die combinatie op zo’n grote schaal voor.
Dus wanneer iemand beweert dat het „niet echt“ is, spreekt hij 2.400 jaar geschreven geschiedenis tegen. De honing is echt. De enige vraag die het stellen waard is, is of de pot die voor u staat dat ook is.















